VERHAAL BEELD ANEKDOTE SCHRIFT ILLUSTRATIE GELIJKHEID KUS BEELDKUNST ONTMOETING ONRUST NIEUWSGIERIG SCHRIJVEN BETEKENIS KADER STRIJD ONWEER TOEKOMST LIJN DETAIL INKT LICHTEND DEVOTIE DE VERDACHTE LANDSCHAP KRAAKHELDER COLLECTIEF VERANDERING 3x 50 WOORDEN VOORLIEGEN DOELMATIG KWAAD VRIENDSCHAP PETER-JAN VERMEIJ KAMERAADSCHAP VERLEIDING ONSCHULD ONDERWERP GRAUW FATSOEN GELUK KARAKTER HET TIJDELIJK OPHEFFEN VAN ONGELOOF GAAF INZICHT VREEMDGAAN GEMIXED GROOTHEIDSWAANZIN VROUW CONTRAST UITPUTTING VERBINTENIS VELDWEG GRAUW PANORAMA STERRENWACHT MENS DESTRUCTIE CONTRAST KARAKTER OOG BEEST GRIJSGEDRAAID DIEVEN OOG BEEST GRIJSGEDRAAID KEUKENTAFEL ROUTINE KAAK VRAAG SEKSUALITEIT UIT HET LEVEN GEGREPEN COMPUTER STOFWEG BRABANDER LEEFTIJDSGRENS GRONDWATER PORTRET LIEFHEBBERIJ PLAAT SLINGER HELING WENKBRAUW BLAUWBOEK KLAPPERTANDEN VLIEGTUIG ONTZETTING FOTO WEDSTRIJD VERTAAL COMMENTAAR NAAR DE SITE VAN 6575 TEKSTBUREAU SCHETS VISIE PERSOONLIJK AFWEZIGHEID GEVOEL KRITIEK ONDERZOEK SCHRIJVER MENS PORTRET ONDERSCHRIFT TOEVOEGING FILOSOFIE KERN FOTOGRAAF METAFOOR KORTE VERHALEN A VIDA VITA BEELD CULTUUR INZICHT VERVANGING INHOUDSOPGAVE STROOPWAFELS VREEMDGAAN DETAIL GROSSERIE AANHANGSEL GEBABBEL MEESTERZET VORMBEHOUD EXTREEM FIJNZINNIG POIINK ADEM WAFFEL HAARIMPLANTAAT VOGELVRIJ GAARNE ROUTINE DESTRUCTIE UITPUTTING VERBINTENIS VELDWEG OOG KARAKTER GESTRAND KEUKENTAFEL ROUTINE BOS VOLK GOEDGELOVIG LACH KRACHT VERLOOCHEN TIJD VOORWERP PAARDENVLEES KATHOLIEKE MEISJES WAARACHTIG GAAF TERUGVERDIENEN KRANIG ONTZET PROPJE VRAAGBAAK ILLUSTATIEF FATA MORGANA KLAARGESTOOMD GEZONDHEID VERBOLGEN DRIL LEGGING GEVRIJWAARD VRIENDSCHAPPELIJK JURIDISCH FLIKFLAK PINGPONG IK BEN OPA TELEVISIE SERIE MOORD DOODSLAG DOORDACHT DUMBSTRUCK GESIGNALEERD CHOCOLADE NOOTJES CD PLATENCONTRACT GEDACHTENGOED OPTIMISME POLITIEK ANDERSDENKEND LEVENSBOOM TAFELPOOT THEATERDOEK TRIBUNE GEREDIGEERD PRAATZIEK GEBABBEL CONTROLE ASSISTENT MAATSCHAPPIJLEER ONDANKBAARHEID PRUT DROOM COLLECTIEF MELKWEG BEELDSCHERM FETISCH BRILLEMANS ENGEL OOGKLEPPEN DRAF VIEZERIK BLIJHEID ORGAANDONOR DEURPOST BOEKENLEGGER STRATENPLAN WITTE BOORDEN CRIMINALITEIT FLATSCREEN SPELGENOT KLEINZERIG ANTIEKSHOP DOODGEBOREN KANT-EN-KLAAR AFREKENING ZESTIG VREEMDELING GORDIJN MOZARELLA OOGOPSLAG SNEEUW KORTWIEKEN VALS RONDRIJDEN RIOLERING VASTBERADENHEID GENEREREN TANDSTEEN KLOOTHOMMEL MOFFEN REFLECTIE BORSTEN SPIEGEL LEESLUST BOEKENWEEK HANDGEMEEN IEDEREEN ONGELOOF KRANKZINNIG MIJTER WERELDNIEUWS PRUIK AANSTELLER DROOM VRESELIJK SCHUCHTER EN / OF UFO YPSILON MAAKBAARHEID NIETTEGENSTAAND BRANDBAAR VROOM CHRYSANT XYLOFOON ZEESTER LANGZAAM KROM JA! HOOFDPIJN GEGRAVEN FIJNBESNAARD DREK STAF AANHANGSEL PRIKKLOK OORVERDOVEND INTIEM UITZINNIG TREFFEND CONTRAST CONSTRUCT RADIOGOLF DAADKRACHT EETBAAR WENS VRIJGEVIG DENK!
dragdrop
close close close

De Verdachte

Hij was nu twee weken in deze verre, vreemde stad en begon zich al wat meer thuis te voelen. Het nieuwe ritme wende snel. Vroeg opstaan. Hard werken in de ochtend. 's Middags een tandje lager vanwege de warmte en 's avonds vooral rustig in zijn pension blijven. Dan werd het in zijn buurt te gevaarlijk voor loslopende buitenlanders. Zelfs mensen die hij helemaal niet kende waren op hem afgestapt met spraakwatervallen aan waarschuwingen. Aangezien het al om zes uur donker was, duurden de avonden lang en hadden ze een claustrofobische uitwerking op hem. Wel was hij ondertussen zo bekend met de stad dat hij overdag alleen over straat kon. Zolang de zon scheen kon hij redelijk zijn gang gaan. Daar maakte hij optimaal gebruik van door de dag te beginnen met een stevige wandeling naar zijn werk. Bij een kruispunt op zijn route stond een kraampje waar fruitsap werd verkocht. Net als iedere ochtend haalde hij er ook vandaag een zakje vers sap. Hij hield van dit soort kleine, snel ontwikkelde routines; vooral als hij ergens vreemd was. Ze gaven hem een gevoel van thuis zijn.

Het oude vrouwtje zonder tanden dat de kraam bemande moest ook vandaag weer hard om hem lachen. Ze vond het bijzonder vermakelijk dat hij zo gek was op het kalala fruit waar ze sap van verkocht. Hoe meer hij probeerde uit te leggen wat deze ongekende smaaksensatie met hem deed, hoe grappiger ze het leek te vinden. Haar vrolijkheid werkte aanstekelijk. Terwijl ze daar met zín tweeÎn een beetje stonden te lachen om niks, reed een zwarte jeep met geblindeerde ramen langzaam over het kruispunt. Het was een wagen van de opvallend onopvallende soort die in Amerikaanse misdaadfilms en tv-series vaak door geheime diensten wordt gebruikt. Hij nam afscheid van het omaatje en liep verder. Op een lantaarnpaal was een A4tje met een opsporingsbericht geplakt. Het vermiste meisje en het beeld van de jeep herinnerden hem aan een verhaal dat een bevriende journalist eens verteld had over de politie van Ciudad Juarez. Hij had een reportage over het geweld in die stad moeten maken. De politie agenten waarmee hij daarbij samen had gewerkt haden hem meegenomen in een geblindeerde SUV. Diep in de woestijn hadden ze hem laten zien waar de drugsmaffia alle vermiste meisjes uit de stad dumpte. Toen hij een paar stappen bij de wagen vandaan had gedaan, had ÈÈn van de agenten tegen hem gezegd: ëAls we nu een kogel door je kop jagen en je hier achter laten, dan zal niemand ooit nog iets van je horen of zien.í Dat was een grapje geweest. Er was een periode geweest dat hijzelf in Ciudad Juarez wilde gaan werken. Maar na de verhalen van de journalist was hij daarop teruggekomen. Zijn gedachten over de afwegingen die hij destijds had gemaakt werden ineens verstoord door een beweging in zijn ooghoek. Aan de andere kant van de dorre bosjes in de berm reed stapvoets de zwarte Jeep. Van verbazing stopte hij met lopen. De wagen kwam ook zo goed als tot stilstand. Hij vroeg zich af of het misschien een andere buitenlander kon zijn, die hem iets wilde vragen. Maar toen hij tegen beter weten in probeerde door de ramen te kijken trok de wagen op. Het was een Grand Cherokee, zonder nummerplaten.

beeld bij verhaal
In verwarring wist hij niets beters te bedenken dan maar door te lopen. Hij keek de wagen na. Die stopte bij de rotonde verderop. De bestuurder parkeerde de auto op het gras en leek nu op hem te wachten. Hij kneep zijn oogleden samen alsof hij daardoor beter in kon schatten wat dit te betekenen had. Was dit toeval, of niet? Hij moest langs die rotonde, dat stond vast. Dan was hij al bijna bij zijn werk. Hij vroeg zich af of hij het zou kunnen halen zonder klem gereden te worden. Maar misschien was het geen goed idee de wagen naar zijn werk te leiden. Als het geen toeval was wat hier gebeurde dan moest hij nu een beslissing nemen. Hij kon proberen veilig achter de muren van het opvanghuis te komen. Of hij kon ergens anders heen lopen om niet de aandacht op het huis vestigen. De opvang van straatkinderen werd lang niet door iedereen hier gewaardeerd. De organisaties werden wel eens dwars gezeten, niet in de laatste plaats ook door overheidsinstanties. Hij moest een andere bestemming bedenken. En dat niet alleen, het moest ook een logische plek zijn voor een buitenlander alleen zo vroeg in de morgen. Terwijl hij daarover zijn hersens pijnigde moest hij ineens om zichzelf lachen. Hij schudde zijn hoofd en nam een koude slok water uit het flesje aan zijn riem. Het idee dat hijzelf in zoín derderangs film beland kon zijn was te absurd voor woorden. Er zou vast wel een of andere logische verklaring voor het gedrag van de Jeep zijn. Hij trok zijn pet strakker op zijn hoofd en liep wat meewarig om zijn eigen paranoia weer verder. Zonder op te kijken liep hij voorbij de Jeep. In de ruit van een geparkeerde auto zag hij de wagen de rotonde op rijden. Zie je wel, dacht hij, ik heb teveel films gezien; of ik word gek van die warmte.

Maar de Jeep reed de hele rotonde om en draaide traag de weg in die parallel liep aan zijn pad. Zijn adem stokte in zijn keel. Hij was er direct alsnog honderd procent zeker van dat de wagen zou wachten om te zien waar hij heen zou gaan. Hij versnelde zijn pas, maar bedacht zich dat dit volslagen belachelijk was. Hij besloot definitief deze types niet naar zijn werk te leiden en liep rechtdoor het volgende blok op. Voorbij het hoekhuis keek hij snel even om en ving een glimp op van de wegrijdende Jeep. Die ging ook rechtdoor. Hij had geen idee wat hij nu moest doen. Hij werd misselijk van de wetenschap dat hij geen kant uit kon. Door het blokkensysteem van de straten hoefden ze hem niets eens te zien om hem te kunnen volgen. Welke hoek hij ook omsloeg, ze konden zijn spoor zo weer oppikken. Hij stak nog een straat over en liep rechtdoor. Hij kon niet bedenken waar hij nu heen moest. Het enige dat hij zeker wist was dat deze straat op een doorgaande weg uitkwam. Toen realiseerde hij zich dat die wel kans op ontsnapping bood.

De weg was eenrichtingsverkeer. De banen naar oost en west werden van elkaar gescheiden door een braakliggende berm zo breed als een voetbalveld. Hij kon oversteken en in de schaduw van de bomen die daar stonden rustig afwachten. De wagen moest wel doorrijden en het eerstvolgende keerpunt was ver weg. In ieder geval ver genoeg om hem de tijd te geven naar het opvanghuis te rennen en ongezien naar binnen te gaan. Die weg was zijn redding. Opgelucht stak hij de straat over zonder ook maar te kijken of de Jeep hem nog volgde. Hij zocht meteen de schaduw van de bomen op. Achter hem snerpte een claxon. De Jeep dook op uit de straat waar hij hem verwacht had en draaide de weg op. Ondanks zichzelf sprong hij toch nog snel achter een boom. Het was een instinctieve impuls, zij het van een instinct dat hij niet van zichzelf kende. Wat was hij nou in hemelsnaam aan het doen? Terwijl hij daar zo stond en zijn hart in zijn keel bonsde, merkte hij dat hij behalve verwarder ook steeds kwader werd. Hij voelde naweeÎn van de woede die hem de avond daarvoor had overvallen en die hem zo vreemd was dat hij er uren van wakker had gelegen.

Hij had bij zijn vaste eethuis op het terras zitten eten toen. Aan het tafeltje naast hem Waren drie Amerikanen begonnen te pochen over de lage prijs die ze betaald hadden voor een paar straathoertjes. Op luide toon hadden ze het erover gehad hoe lelijk de meisjes waren geweest en hoe slecht ze hun werk hadden gedaan. Maar waar anders dan hier kon het zo goedkoop? Ze hadden hard gelachen. De meisjes waar ze het over hadden gehad had hij in de afgelopen week leren kennen. Bij de eerste ontmoeting had ÈÈn van de meisjes een nog bloedend gat in haar hoofd gehad. Ze was even daarvoor door een klant die niet wilde betalen geslagen met een loden pijp. Hij wist dat het om deze meisjes ging omdat de mannen de naam noemden van het park waar zij iedere avond werkten. Niet eerder in zijn leven had hij zoín giftige, withete moordlust in zich voelen opwellen als op dat moment. Zo overweldigend was de aanval bloeddorst dat hij er duizelig van werd. De serveerster van het eethuis, met wie hij 's-avonds vaak een praatje maakte, was bij hem komen zitten. Aan zijn gezicht had ze gezien dat er iets niet goed ging. Toen ze hoorde wat er aan de hand was had ze een hand op zijn arm gelegd en hem bezworen dat hij niets moest doen; dat niemand daarmee geholpen zou zijn ñ dat hij niets kon doen. En dan zou uitgerekend hij nu door deze fascisten in hun Hollywoodwagen achtervolgd worden?! Terwijl hij hier alleen maar was om te helpen?! Terwijl er zoveel anderen rondliepen die weldegelijk een nekschot verdienden?! Hij voelde de adrenaline door zijn lijf stromen. Hij had spijt van zijn ontwijkende manoeuvres. Met liefde had hij die klootzakken eens hun vet gegeven. Maar ja, ze zouden ondertussen wel weg zijn. Het werd tijd om te kalmeren. Hij moest naar zijn werk. Hij stapte achter de boom vandaan. Even verderop stond de Jeep; geparkeerd op een parkeerstrook die hij zich niet kon herinneren.

Hij schoot terug achter de boom en vroeg zich koortsachtig af wat hij nu moest doen. Was het de woede? Was het de hitte? Was het de adrenaline? Was het omdat hij nu echt nergens anders meer heen kon? Of was het zijn starre rechtlijnigheid? Wat hij deed was achter de boom vandaan komen en snel en doelgericht in de richting van de Jeep lopen. Hij probeerde zoveel mogelijk in de lijn te blijven van een boom waarvan hij dacht dat die hem aan het zicht onttrok. Het was alsof hij zichzelf van buitenaf zag bewegen. Hij wist niet of hij om zichzelf moest lachen of voor zichzelf moest vrezen. Sneller dan hij had gedacht stond hij naast de auto. Hij zag zijn gejaagde blik in de spiegelende ruit. Van zo dichtbij viel het hem op dat je er toch een beetje doorheen kon kijken. Er zat ÈÈn persoon in de auto. Die had niets in de gaten. De man zat te bellen, gebogen over papieren op de passagiersstoel. De gedachte dat hij het misschien toch helemaal mis had en dat het een zakenman of vertegenwoordiger of zoiets was schoot even door zijn hoofd. Maar dat kon hem er niet meer van weerhouden om opgefokt met zijn knokkels tegen de ruit slaan.

De man schoot op en neer van schrik. Hij greep naar de contactsleutels terwijl hij omkeek naar zijn belager. Toen hij zag wie het was liet hij de sleutels los, legde zijn handen op het stuur en haalde diep adem. De man liet het raam zakken. Direct eiste hij een verklaring voor de achtervolging. De man probeerde er in eerste instantie onderuit te komen. Hij volgde helemaal niemand. Hij stond hier stil om te bellen. Daarop confronteerde hij de man een tikje hysterisch met de gebeurtenissen van het afgelopen kwartier. De bestuurder veranderde van houding en sommeerde hem kalm en dwingend om vooral rustig te blijven. Omdat het nu toch niet meer uitmaakte zou hij uitleggen wat er aan de hand was. Hij was een agent van de geheime dienst. Hij en zijn collegaís zaten achter een groepje Amerikanen aan die ze verdachten van het produceren van kinderporno. Met zijn lange postuur en zijn zwarte pet voldeed hij aan ÈÈn van de signalementen. Maar hij was geen Amerikaan, toch? Dat was ook wel te horen aan zijn accent. Dan was het toch goed dat ze elkaar even gesproken hadden, nietwaar?! En excuses voor de paniek die hij misschien veroorzaakt had. De agent gaf hem een hand, die hij zonder nadenken aanpakte. Terwijl de motor startte wenste de agent hem nog een hele goede dag. Daarna reed de zwarte Grand Cherokee rustig weg. Hij keek de wagen na, zag hem steeds kleiner worden, tot er uiteindelijk niets meer van te zien was.

***

© P. Vermeij, 2011

close close close